User Experience Design (UXD) Micro-interactie A/B Test.

Inhoud:
1.Waarom gebruikerstesten
2.User experience test methodes
3. Cardsorting (Doen en meten)
4. A/B test (Doen en meten)
5. Voorbeeld A/B test
6. A.Focusgroep B.Diepte interview C.expert review (inzicht en zeggen)
7.“Hallway”usability test en benchmarks usability test (zeggen en meten)
8. Eye-tracking en observaties (Doen en inzicht)
9. Gebruikerstest met testtaken (waarbij je observeert)
10. Wat is een testscript?
(start)
11. Wat zet je in een testscript?(start)
12.Testobservatie vragen en Testobservatie punten (start)
13 Opdracht studie vragen
14 Opdracht De A/B test

Richard Slakhorst




1. Waarom gebruikerstesten

Waarom gebruikerstesten met een prototype essentieel zijn
Als je een gebruikerstest uitvoert met een prototype, onderzoek je of je ontwerp — of een specifiek onderdeel daarvan — echt begrepen en gewaardeerd wordt door de gebruiker. Wanneer je idee goed overkomt en gebruikers er blij van worden, weet je dat je ontwerp geslaagd is. En blije gebruikers? Die komen terug — precies wat je als ontwerper wilt bereiken.

De wereld van visueel ontwerp en user experience design is competitief en voortdurend in ontwikkeling. Alleen ontwerpen die uitblinken in gebruiksvriendelijkheid, visuele aantrekkingskracht met passende en interessante interactieve beleving vallen op. Succesvolle ontwerpers van nu maken intuïtieve apps en websites die mensen raken — en daar is veel vraag naar.en interessante Gebruikstests met prototypes zijn daarom onmisbaar. Ze laten niet alleen zien of je ontwerp werkt, maar helpen je ook om dat ontwerp te verfijnen totdat het die echte, overtuigende klik met de gebruiker maakt. Zo test je niet alleen of iets goed oogt, maar ook of het prettig werkt — en of mensen er écht mee willen werken.

A. En het resultaat? Meer tevreden gebruikers, een blije opdrachtgever, en misschien zelfs die ene doorbraak die je naam als ontwerper op de kaart zet. Want wie weet… als jouw werk opvalt, levert dat niet alleen voldoening op — maar ook nieuwe opdrachten, roem én een goed betaalde toekomst als ontwerper.
Je hebt veel verschillende soorten onderzoeken en testen die je kunt gebruiken. In deze leerweg leer je welke onderzoeken/ testen er zijn en hoe ze te gebruiken

B. Wanneer test je jouw ontwerp

Je test een app of website niet pas als alles af is, maar juist vóórdat het wordt gelanceerd. Het liefst test je al tijdens het ontwerpproces — met schetsen, wireframes of interactieve prototypes. Zo kun je ontdekken waar gebruikers vastlopen of wat beter kan, terwijl je nog makkelijk kunt aanpassen.
Van Product-centric naar User-centric
Vroeger lag de focus op product-centric testen: pas aan het einde van het proces werd getest of het product ‘werkt’. Maar dat is vaak te laat: het kost veel tijd en geld om dan nog aanpassingen te doen.Nu verschuift de focus naar user-centric testen: al vroeg in het proces test je of het ontwerp goed werkt voor echte gebruikers. 

Wat zijn de voordelen van user-centric testen
➔Je ontdekt fouten eerder, als ze nog makkelijk aan te passen zijn.
➔Je leert direct van gebruikers, niet van aannames.
➔Je bespaart kosten door dure herontwerpen achteraf te voorkomen.
➔Je maakt betere producten die echt werken voor de mensen waarvoor ze bedoeld zijn
➔Je bouwt aan tevreden gebruikers én tevreden opdrachtgevers.



2. User experience test methodes

Je kunt op verschillende manieren kijken en samenwerken met eindgebruikers:

  • Je kunt vragen hoe ze over zaken denken, dus luisteren naar wat ze zeggen
  • Je kunt kijken naar hoe ze zich gedragen, dus naar wat ze doen
  • Je kunt meten hoeveel gebruikers een bepaald gedrag vertonen
  • Je kunt onderzoeken waarom gebruikers dingen doen

Deze manieren kun je op 2 assen zetten: 

  • Inzicht-meten (kwalitatief onderzoek, de “waarom”-vraag) tegenover meten (kwantitatief onderzoek, de “hoeveel”-vraag).
  • Zeggen-doen (wat zeggen mensen erover) tegenover doen (wat doen mensen, wat is hun gedrag). 

Inzicht – meten
Wil je weten waarom je gebruikers een product kopen of waarom ze de ene app wel gebruiken en de andere niet, dan ga je het gedrag van de gebruiker onderzoeken. Je kiest dan voor kwalitatief onderzoek. Bij kwalitatief onderzoek staat de waarom-vraag centraal. Je gaat dieper in op de behoeftes en je wilt echt snappen waarom mensen doen wat ze doen. Bij kwalitatief onderzoek gaat het dus niet om het in kaart brengen van cijfers, maar om het verkennen en inzichtelijk maken. Je kiest voor dit onderzoek vaak een kleine groep vertegenwoordigers van de doelgroep. Als je goed onderzoek doet krijg je enorm veel inzichten en begrijp je echt waarom de doelgroep dingen doet. 

Inzicht – meten
Wil je weten hoeveel procent van de bezoekers van een website overgaat tot aanschaf van een product, dan moet je gaan meten. Meten doe je met een grotere groep gebruikers. Kwantitatief onderzoek is objectief. Bijvoorbeeld: 30% van de bezoekers verkiest de groene button boven de blauwe. 

Zeggen – doen
Als je wilt weten hoe iemand denkt over een product, wat hij voelt of hoe hij geneigd is zich te  gedragen ten opzichte van het product, zet je onderzoek uit de categorie ‘zeggen’ in. Je leert dan veel over meningen en motivaties. Als je wilt weten wat mensen daadwerkelijk doen, wat hun gedrag is, dan zet je weer andere tools in, zoals observeren.

In de ruimte die de assen vormen, kun je verschillende typen testen plaatsen:

De testmethodes

Cardsorting (Doen en meten)
A/B test (Doen en meten)

Focusgroep (inzicht en zeggen)
Diepte interview (inzicht en zeggen)
Expert review (inzicht en zeggen)

Hallway” usability test (zeggen en meten)
benchmarks usability test (zeggen en meten)

Eye-tracking (Doen en inzicht)
observaties (Doen en inzicht)
Gebruikerstesten met testtaken (inzicht-meten) en (zeggen- doen)



3. Cardsorting (Doen en meten)

We zullen nu twee testmethodes gaan bespreken.

Cardsorting
Via cardsorting kun je bepalen op welke manier je de informatie op een website kunt indelen, zodat een gebruiker deze gemakkelijk kan vinden. Met behulp van dit onderzoek leer je hoe de gebruiker de informatie zoekt, of de informatie volledig is en welke benamingen de gebruiker geeft aan de (groepen) onderwerpen.

Voor een cardsorting-test schrijf je elke functionaliteit en/of onderwerp die op de site voorkomt op een eigen kaartje of post-it. Zorg dat je nog een stapeltje lege kaartjes of post-its achter de hand houdt, je hebt ze nodig tijdens de card sort.

Leg alle kaartjes in een willekeurige volgorde bij elkaar op tafel. Laat de tester de kaartjes op een voor hem logische manier groeperen, totdat er maximaal 7 groepen met kaartjes zijn ontstaan. Plaats alle kaartjes binnen een groep onder elkaar, zodat er kolommen ontstaan. Vraag de tester een label te bedenken voor elke groep. Het label mag uit maximaal 2 korte woorden bestaan. Schrijf deze labels op lege kaartjes en leg ze boven de desbetreffende groepen. Als de groepen erg groot zijn geworden kan je bovenstaande stappen herhalen voor elke gemaakte groep. Je laat de tester dan alle kaartjes binnen een groep verdelen in subgroepen en voorzien van een label.

Cardsorting gebruik je bij het ontwerpen van de structuur van de site en de naamgeving van de menu-items. Vervolgens ga je je eerste flowchart maken.



4. A/B test (Doen en meten)

Bij een A/B test zet je 2 varianten van een pagina op je site online. De ene helft van de bezoekers krijgt een bestaande pagina van de site te zien en de andere helft een aangepaste pagina. Vervolgens meet je welke van de pagina’s het beste presteert. Een multivariate test is een A/B test met meer varianten van de pagina.

De originele webpagina en de variant(en) ervan worden afwisselend getoond aan de bezoekers. Er wordt bijgehouden of bezoekers die variant A (of een andere variant) zagen, meer conversies opleverden dan bezoekers die de originele pagina zagen.

Dit soort testen helpt je om te bepalen op welke manier je een webpagina moet opmaken, om hier zo veel mogelijk rendement uit te halen.

Multivariate en A/B-testen worden vaak ingezet voor het verbeteren van landingspagina’s voor AdWords campagnes, zodat deze meer rendabel worden, maar je kunt er ook normale pagina’s of formulieren binnen een site mee testen om het aantal conversies te vergroten.



5. Voorbeeld A/B test

Miss Etam – aftelbanner tot volgende dag bezorging
Vraagstelling
Via een eerder door WhichTestWon gepubliceerde test (voor de personen met een pro-membership) weten we dat aftelbanners een positief effect kunnen hebben als het om een tijdgebonden aanbieding gaat. Miss Etam vroeg zich af of het ook werkt voor steeds terugkerende onderwerpen, zoals tot de tijd om te bestellen, zodat je nog de volgende dag je bestelling in huis krijgt. En als dit dan werkt, op welk moment van de dag kun je deze banner dan het beste starten?

Hypotheses
Het tonen van een aftelbanner, ‘Binnen [tijd] besteld, morgen bezorgd ‘ werkt alleen op een gedeelte van de dag. Hoe dichter je bij de tijd komt waar de banner naar aftelt, hoe groter het effect op het conversiepercentage (in positieve zin).

Variant A

Variant B

Resultaten
De aftelbanner had een zeer positief resultaat: een gemiddeld 8,6 procent hoger conversiepercentage op bestellingen (99 procent betrouwbaarheid). Tegen de verwachting in was het positieve effect de hele dag door aanwezig. Wat wel volgens verwachting uitpakte, was dat het effect steeds groter werd naarmate de tijd naderde waarnaar werd afgeteld.

Wat leren we van deze case voor andere tests?
Houd rekening met de mogelijkheid dat gebruikers aftel-banner-blind, of aftel-banner-moe worden. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als we een aftelbanner voor een tijdelijke actie willen inzetten? Moeten we gebruikers dan gek maken met twee van die ’tijdbommen’ op de pagina?

Kortom: altijd blijven testen!


6. A.Focusgroep B.Diepte interview C.expert review (inzicht en zeggen)

A. Focusgroep
Een focusgroep is een groep van 3-12 deelnemers die met elkaar praten over onderwerpen, onder begeleiding van een UXD’er. Het doel is feedback te krijgen van de doelgroep. Een focusgroep kun je ook laten discussiëren over vergelijkbare producten.

Van een focusgroep krijg je inzicht in:
1. De manier van denken van de doelgroep
2. De wensen en behoeften van de doelgroep
3. De waardering en mening van de doelgroep over een onderwerp of concept
4. De stappen die gebruikers doorlopen in een proces (bijvoorbeeld het selecteren van een product) en de factoren die hierbij een beïnvloedende rol spelen (= user journey)

Omdat de leden van de focusgroep met elkaar in discussie gaan, wordt het onderwerp vaak meer uitgediept dan bij een één-op-één-interview. Je kunt ook leren hoe sterk
een bepaalde mening leeft bij de doelgroep.



B. Diepte-interview
Naast de focusgroep kun je het diepte-interview gebruiken. Een diepte-interview is een één-op-één-interview met een vertegenwoordiger met de doelgroep. Hierbij vraag je de gebruiker vrijuit te praten en gedetailleerde oordelen en gedachten over een onderwerp naar voren te brengen. Je kunt het een ongestructureerd interview noemen, omdat de vraagstelling niet helemaal vaststaat maar afhankelijk is van de antwoorden die de deelnemer geeft. Vanzelfsprekend is er wel een structuur in de onderwerpen die ter sprake komen, maar je moet wel kunnen doorvragen op de antwoorden van de gebruiker. Ten opzichte van een focusgroep heeft een diepte-interview een aantal voordelen:

1.Meer controle en flexibiliteit in het vraagproces
2.Tijdens een interview kun je dieper ingaan op de gekozen thema’s, waardoor je het onderwerp in meer detail in kaart kunt brengen.
3.Voldoende anonimiteit, waardoor mensen vrijuit hun oordeel, gedachten en gevoelens kunnen uiten. Dit geldt ook voor minder welbespraakte mensen die in een groep niet voldoende of alleen geholpen door de gespreksleider aan het woord komen.
4.Meer effectieve tijd per deelnemer, waardoor je meer kunt doorvragen om verdieping te bereiken.


C. Expert review
Bij een expert review laat je de website testen door één of meer “experts” op gebruikersvriendelijkheid. De knelpunten op het vlak van usability, die verband hebben met het converteren van bezoekers, worden geanalyseerd. Er zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in deze testen, zoals Netprofiler en WUA.


7.“Hallway”usability test en benchmarks usability test (zeggen en meten)

A.”Hallway” usability test
Bij een hallway test vraag je de eerste persoon die je tegenkomt (in de “hallway”) het interactief product te gebruiken. Met andere woorden, je kiest willekeurige personen voor de test. Je hoeft hierbij niet op zoek naar personen uit je doelgroep. De ervaring leert dat als je vijf mensen laat kijken naar je product, je 95% van usability problemen tegenkomt. Het voordeel van een hallway test is dat je het snel kan doen en dat het een goedkope manier is van testen.

Een hallway-test wordt gebruikt tijdens de ontwikkeling van een product. Je test tijdens de prototypen in de verschillende fases in het project. Het geeft je inzicht in:
1.werkt het product zoals je dacht dat het werkt
2. zijn de userstory’s goed uit te voeren
3. zijn er fouten in de code

B.Benchmarks Usability test
Bij usability benchmarks laat je vertegenwoorders van de doelgroep het hele product testen. Hierbij wordt gelet op:

1. Effectiviteit
Hierbij wordt gekeken welk percentage van de gebruikers een taak (userstory) voltooit.
2. Efficiëntie
Hierbij wordt gemeten hoeveel tijd een gebruiker nodig heeft om een taak te voltooien.
3 . Tevredenheid
Hierbij geeft de gebruiker aan hoe gebruiksvriendelijk het product is. Na voltooiing van de taak, waarderen de deelnemers de moeilijkheid van de taak op een 5-puntsschaal van “gemakkelijk” naar “moeilijk”. Een score van 100% betekent dat elke deelnemer de taak gemakkelijk vindt en een score van 0 betekent dat elke deelnemer de taak moeilijk vindt.

Tijdens een benchmark-test vraag je de gebruiker niet om hardop te denken. Je geeft de taak. Hierna laat je de gebruiker de taak uitvoeren zonder tussenkomst.
Omdat voor deze test veel gebruikers nodig zijn, wordt deze test vaak uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Zij laten deze test meestal on-line uitvoeren.
Je past benchmark onderzoek toe aan het eind van de productie. Ook op bestaande sites wordt deze test toegepast, om te kijken wat er verbeterd/ vernieuwd moet worden.



8. Eye-tracking en observaties (Doen en inzicht)

Eyetracking is het registreren van oogbewegingen van testpersonen terwijl zij je website bezoeken. Kijken zij naar de belangrijkste punten op je site? Of worden ze misschien afgeleid door storende elementen? Kunnen ze belangrijke functionaliteiten, zoals een contactformulier of bestelpagina, gemakkelijk vinden? Eyetracking geeft je inzicht in de weg die de ogen van de bezoekers afleggen vóór de muisklik.

Pamper verkoop website

Met behulp van eye-tracking is het mogelijk om het daadwerkelijke gedrag van een bezoeker op een website te meten. In de afbeelding zie je waar een persoon naar kijkt voordat er geklikt wordt. Met eye-trackingapparatuur wordt het kijkgedrag van een testpersoon vertaald naar een heatmap. Er worden vragen gesteld en vaak worden er zoekopdrachten voorgelegd. Hierdoor wordt in kaart gebracht waar de respondent zich op focust en hoe lang de respondent erover doet om iets te vinden of op te lossen. Bij eye-tracking zit de testpersoon meestal in een testomgeving.

Het ontwikkelteam zit vaak in een aparte ruimte


Altijd wordt de test gedaan met meerdere personen. In een heatmap wordt het kijkgedrag van alle testpersonen verzameld. In de heatmap worden knelpunten in een website snel zichtbaar.


Altijd wordt de test gedaan met meerdere personen. en je de kijk volgoorde zien waar komen ze op binnen en waar gaat interesse dan naartoe


Een gebruikerstest is een onderzoeksmethode waarbij je echte gebruikers een prototype laat uitproberen om te zien hoe gebruiksvriendelijk het is 
Meestal laat je meerdere personen (uit je doelgroep) je prototype testen Een gebruikerstest met testtaken is een geplande, taakgerichte observatie waarbij je kijkt hoe een gebruiker zelfstandig met een ontwerp omgaat. Een Gebruikerstest = een Gestructureerde observatie. 
Je Observeer gedrag van een gebruiker die testtaken uitvoert en verzamelt feedback
 Je kijkt:

• Waar klikt iemand naar?
• Wat probeert hij of zij te doen?
• Waar stopt het of gaat het mis?

Je let op lichaamstaal, twijfel, flow en reacties — net als bij klassiek observerend onderzoek.
Soms vraag je ook om think-aloud (hardop denken), maar de kern blijft observatie Wat doet de gebruiker — en wat zegt dat over je ontwerp?”

 Wat is het doel van een gebruikerstest. 
Het doel van een gebruikerstest is inzicht krijgen in hoe gebruikers met jouw prototype omgaan, welke problemen ze ervaren en waarom Met de resultaten kun je de gebruiksvriendelijkheid en gebruikerservaring verbeteren. Door gebruikerstesten uit te voeren, kun je bijvoorbeeld ontdekken waarom gebruikers afhaken in een bestelproces of iets niet kunnen vinden op de site, uiteindelijk helpt het om je prototype zó te optimaliseren dat het beter aansluit bij de behoeften van echte gebruikers blije gebruikers? Die komen terug — precies wat je als ontwerper wilt bereiken! 

·       Je zoekt dieper inzicht  
·       Je observeert echt gedrag
·       Je onderzoekt op gebruik en beleving


Waarom wil jij dat als vormgever 

Wanneer gebruikers positieve feedback geven — zoals “Wat een fijne app om mee te werken!” — levert dat niet alleen tevreden gebruikers op, maar ook een blije opdrachtgever. En als die enthousiast is, vertelt hij het door. Zo groei jij uit tot de ontwerper waar iedereen mee wil werken. Succesvol ontwerpen = meer opdrachten, meer impact… en wie weet ook rijkdom en of roem. 


Een testscript is een soort draaiboek of stappenplan voor het uitvoeren van tests. Het beschrijft stap voor stap wat een tester moet doen en wat hij of zij zou moeten zien of verwachten bij elke stap Een testscript is dus een vooraf uitgeschreven plan voor een gebruikerstest. Het bevat duidelijke taken die je testpersonen laat uitvoeren. Voor elke gebruikerstest stel je een testscript op. Dit document bevat stap voor stap instructies voor de testbegeleider (degene die de test afneemt) én de opdrachten of taakgerichte vragen voor de testpersoon (de gebruike)
 
Doel: Gerichte feedback verzamelen
Voordeel: Je ontdekt snel knelpunten in gebruik van de app of website.
Tip: Test het testscript altijd zelf vooraf om te checken of de taken logisch en duidelijk zijn.

Waarom gebruik je een testscript?
Het maakt testen duidelijker en efficiënter. Omdat alle stappen en verwachte resultaten vooraf zijn opgeschreven, zie je snel of het resultaat afwijkt van wat verwacht was.
Het zorgt ervoor dat je gestructureerd en herhaalbaar test. Iedereen die het script volgt, test op dezelfde manier. Zo vergeet je geen stap en kun je later de test nog eens precies zo overdoen.


Voor elke test maak je een testscript. (Welke vragen en hoe ga je het vragen) In een testscript beschrijf je woord voor woord voor de tester hoe hij de testpersoon moet begeleiden en formuleer je de opdrachten of taakgerichte vragen. Daarnaast is het handig om in het script notities te maken van bijvoorbeeld de mogelijke navigatiepaden die de testpersoon kan nemen om zijn doel te bereiken.

Testscript sjabloon >

1. Introductie voor de testpersoon
– Korte uitleg van de test (“We testen niet jou, maar het ontwerp.”)
– Wat de testpersoon kan verwachten
– Instructie dat hardop denken gewenst is (bij think-aloud-test)

2. Doel van de test
– Wat wil je te weten komen?
– Welk concreet aspect wil je observeren.
– welke test observatie vragen wil je stellen

3. Praktische gegevens
– Datum, locatie en testleider
– Welke versie van het ontwerp wordt getest (schets, prototype, live site)
– Materiaal dat je gebruikt (bijv. laptop, tablet, muis)

4. Taakomschrijvingen
– De concrete taken die de testpersoon moet uitvoeren
a. Noteer per taak:
bijvoorbeeld: druk op knop
b. welke bijpassende test observatie­vrag(en)
– C. welke mogelijke observatie­punten
(waar let je op?) die horen bij je interactie
Verwachte handeling of resultaat
Film scherm & gezicht (bij think-aloud) zodat je observatiepunten later kunt valideren. (Geef het een nummer)
>>Werkwijze
Kies1-2 observatie­punten die jij als tester wilt checken (kleur­verandering, laad­tijd, dubbelklikken, quote, …).
Kies 1-2 observatie­vragen .(waar let je op?) die horen bij je interactie

5. Ruimte voor observaties en opmerkingen
– Wat doet de gebruiker wel/niet?
– Zegt of vraagt hij/zij iets opvallends?
– Gaat er iets mis? Gebruikt hij een andere route?

6. Afsluiting en feedbackvragen
– Bedankje en afronding
Wat vond je makkelijk of juist lastig?
Wat zou je verbeteren aan deze app/site?


Wanneer je een app of website test, wil je gestructureerd en doelgericht te werk gaan. Een testobservatieformat helpt je daarbij. Het bestaat uit twee onderdelen

1. Testobservatievragen (voor de gebruiker)
Dit zijn vragen die je stelt aan de testpersoon tijdens de test. Ze helpen je om te ontdekken:
➔ Wat de gebruiker denkt, voelt of verwacht.
➔ Hoe de gebruiker het product ervaart.
➔ Of hij of zij begrijpt wat de bedoeling is.

 2. Testobservatiepunten (voor jou als tester)
Dit zijn dingen waar jij als observator op moet letten tijdens het testen. Ze geven inzicht in het gedrag van de gebruiker, zoals:
➔ Waar iemand vastloopt.
➔ Wat iemand over het hoofd ziet.
➔ Of de interactie logisch verloopt.

Waarom is een testobservatieformat handig bij gebruikerstesten?
➔Helpt je testen met een doel
Je weet precies wat je wilt testen – niet zomaar “kijken wat er gebeurt”.
➔ Brengt focus aan
Je kijkt gericht naar onderdelen, zoals navigatie, knoppen of inhoud.
➔ Makkelijk analyseren achteraf
Je hebt duidelijke notities en observaties om terug te koppelen of te verbeteren.
➔ Betere vergelijkbaarheid
Iedere gebruiker krijgt dezelfde vragen en wordt langs dezelfde punten beoordeeld.
➔ Resultaat
Je verzamelt betrouwbare en bruikbare inzichten om je prototype of ontwerp te verbeteren. En je leert waar gebruikers echt tegenaan lopen — niet alleen wat jij als ontwerper had verwacht.




M4BO-UXD 13.Opdracht: Studievragen A/B test

Opdracht studievragen

Oefening : Lees en bestudeer alle bovenstaande tekst
Beantwoord de 5 vragen en zet je antwoorden in een document. Inleveren via Teams.

Vraag 1: Leg in je eigen bewoording uit wat we bedoelen met  inzicht-meten. 
Vraag 2: Leg in je eigen bewoording uit wat we bedoelen met zeggen-doen.
Vraag 3: wat gebeurt er tijdens een Gebruikerstest met testtaken (leg eens uit)
Vraag 4: Waarom zijn A/B testen belangrijk?
Vraag 5: Leg uit wat een “heatmap” te maken heeft met eye-tracking apparatuur. 
Vraag 6: Wat wordt bedoeld met een testscript? 



M4BO-UXD 14. Opdracht maak een eenvoudige A/B test.

De opdracht A/B test 

Opdracht: A/B-test van je micro-interactie

Doel van de opdracht
Je leert hoe je met behulp van een A/B-test je ontwerp kunt verbeteren door te testen wat het beste werkt voor de gebruiker. Dit helpt je om betere ontwerpkeuzes te maken op basis van echt gebruikersgedrag.

Stap 1: Theorie bestuderen
Lees eerst de theorie over A/B-testen goed door. Zeker alsnog niet snap wat A/B-testen precies zijn?

Stap 2: Kies of maak een micro-interactie
Heb je al een micro-interactie gemaakt?
> Ga dan verder met stap 3.
Heb je nog geen micro-interactie?
A.> Volg dan eerst de opdracht “micro-interactie maken” (zie lesmateriaal of vraag je docent) Houd er rekening mee dat je uiteindelijk twee varianten van deze interactie gaat maken voor je A/B-test.
B.> Je hebt van Bethuel Heldt DIG -webdesign daar ben je in figma een singel product site prototype aan het maken in figma, kies daar een onderdeel uit die al af is. Bijvoorbeeld: De bestel knop of de icons of de kleuren van onderdelen. winkelwagen’-icoon

Stap 3: Maak twee aangepaste versies varianten van je micro-interactie
Werk versies variant A en versies variant B van je micro-interactie uit.
Je maakt hiervan zelf twee visuele varianten:
.>Variant A: de originele versie (zoals hij nu bestaat)
>Variant B: jouw aangepaste versie (andere kleur, vorm, tekst of plaats)

Je mag hiervoor Illustrator of Figma gebruiken:
Je mag dit maken in Illustrator of in Figma. Met wel of geen werkende interactie
In Illustrator:
maak 2 aparte schermen.
– In Figma:
maak 2 varianten, en probeer eventueel de interactie werkend te maken met een prototype (zoek online naar tutorials als je dit nog niet weet hoe?). maar gag ook alleen visuele weergave zijn zonder interactie.


Stap 4: Voorbereiding van de test
A.
Bedenk wat je wilt testen
Beschrijf in één alinea of 1 zin wat je gaat testen.
Bijvoorbeeld:
Ik wil testen of een rode knop meer aandacht trekt dan een grijze.
Ik wil testen of mensen sneller klikken op een pictogram of op een knop met tekst.
Kleurverschil: welke kleur wordt sneller aangeklikt?
– Vormverschil: welke vorm vinden mensen prettiger?
– Tekstverschil: welke tekst is duidelijker?
– De vorm of kleur van een knop (Hover effect)
– Locatie van een element: waar klikken mensen sneller op?

B. Bedenk welke vraag en observatie 
1. Observatievraag – die stel je aan de testpersoon tijdens of na de test.
Voorbeeld: Wat vind je van de kleurverschillen
2. observatiepunt
– dit is iets waar jij als observator op let.
Voorbeeld: Hoe reageert de test persoon. Wat ziet de test persoon precies

Stap 5: Voer de test uit
– Gebruik het Testscript sjabloon (zie lesmateriaal).
– Test beide varianten bij minimaal 2 testpersonen.
Maak tijdens de test een filmpje:
– Van het scherm waarop de micro-interactie te zien is, of
– Van het gezicht van de testpersoon, of beide.
– Voeg dit filmpje toe aan je testdocument.

Stap 7: Inleveren
Zorg dat je de volgende onderdelen inlevert:
1. Je ingevulde Testscript sjabloon.
2. De twee uitgewerkte varianten van je micro-interactie (als schermen of een Figma-link).
3. Het filmpje van de test.

Downloads
Testscrip sjabloon A/B-test micro-interactie

Voorbeeld test