User Experience Design (UXD-ED) A/B Test

Inhoud:
1. Gebruikersonderzoek en usability testing
2. Soorten testen
3. Cardsorting test
4. A/B test
5. Voorbeeld A/B test 
6. Eye-tracking en observaties
7. Stappenplan voor de testen
8. Studievragen
9. Opdracht: een eenvoudige A/B test

Richard Slakhorst



1. Gebruikersonderzoek en usability testing

Zoals je weet betekent User experience design dat je bij het ontwerpen van een interactief product de beleving van de gebruiker centraal stelt. Dit kun je alleen maar doen, wanneer je de gebruiker betrekt bij het ontwerp en onderzoekt hoe de gebruiker het product ervaart. Gebruikersonderzoek en usabilitytesten zijn daarom een belangrijk onderdeel van het werk van een designer. Tijdens een ontwerpproject moet je testen, testen en nog eens testen.

Je hebt veel verschillende soorten onderzoeken en testen die je kunt gebruiken. In deze leerweg 10 leer je welke onderzoeken/ testen er zijn en wanneer je ze toepast.

Wanneer gaan we testen ?

Wat is de voorkeur: User-centric of Product-centric ?
Het ontwerpproces heeft een soort timeline waarin verschillende onderdelen worden uitgevoerd door de jaren heen is daar veel ervaring mee opgedaan omdat de gebruiker (user) steeds belangrijker is geworden is het onderdeel testen van product-centric naar user-centric verschoven. Weet jij wat de voordelen hiervan zijn.



2. Soorten testen

Je kunt op verschillende manieren kijken en samenwerken met eindgebruikers:

  • Je kunt vragen hoe ze over zaken denken, dus luisteren naar wat ze zeggen
  • Je kunt kijken naar hoe ze zich gedragen, dus naar wat ze doen
  • Je kunt meten hoeveel gebruikers een bepaald gedrag vertonen
  • Je kunt onderzoeken waarom gebruikers dingen doen

Deze manieren kun je op 2 assen zetten: 

  • Inzicht-meten (kwalitatief onderzoek, de “waarom”-vraag) tegenover meten (kwantitatief onderzoek, de “hoeveel”-vraag).
  • Zeggen-doen (wat zeggen mensen erover) tegenover doen (wat doen mensen, wat is hun gedrag). 

Inzicht – meten
Wil je weten waarom je gebruikers een product kopen of waarom ze de ene app wel gebruiken en de andere niet, dan ga je het gedrag van de gebruiker onderzoeken. Je kiest dan voor kwalitatief onderzoek. Bij kwalitatief onderzoek staat de waarom-vraag centraal. Je gaat dieper in op de behoeftes en je wilt echt snappen waarom mensen doen wat ze doen. Bij kwalitatief onderzoek gaat het dus niet om het in kaart brengen van cijfers, maar om het verkennen en inzichtelijk maken. Je kiest voor dit onderzoek vaak een kleine groep vertegenwoordigers van de doelgroep. Als je goed onderzoek doet krijg je enorm veel inzichten en begrijp je echt waarom de doelgroep dingen doet. 

Inzicht – meten
Wil je weten hoeveel procent van de bezoekers van een website overgaat tot aanschaf van een product, dan moet je gaan meten. Meten doe je met een grotere groep gebruikers. Kwantitatief onderzoek is objectief. Bijvoorbeeld: 30% van de bezoekers verkiest de groene button boven de blauwe. 

Zeggen – doen
Als je wilt weten hoe iemand denkt over een product, wat hij voelt of hoe hij geneigd is zich te  gedragen ten opzichte van het product, zet je onderzoek uit de categorie ‘zeggen’ in. Je leert dan veel over meningen en motivaties. Als je wilt weten wat mensen daadwerkelijk doen, wat hun gedrag is, dan zet je weer andere tools in, zoals observeren.

In de ruimte die de assen vormen, kun je verschillende typen testen plaatsen:



3. Cardsorting test

We zullen nu twee testmethodes gaan bespreken.

Cardsorting
Via cardsorting kun je bepalen op welke manier je de informatie op een website kunt indelen, zodat een gebruiker deze gemakkelijk kan vinden. Met behulp van dit onderzoek leer je hoe de gebruiker de informatie zoekt, of de informatie volledig is en welke benamingen de gebruiker geeft aan de (groepen) onderwerpen.

Voor een cardsorting-test schrijf je elke functionaliteit en/of onderwerp die op de site voorkomt op een eigen kaartje of post-it. Zorg dat je nog een stapeltje lege kaartjes of post-its achter de hand houdt, je hebt ze nodig tijdens de card sort.

Leg alle kaartjes in een willekeurige volgorde bij elkaar op tafel. Laat de tester de kaartjes op een voor hem logische manier groeperen, totdat er maximaal 7 groepen met kaartjes zijn ontstaan. Plaats alle kaartjes binnen een groep onder elkaar, zodat er kolommen ontstaan. Vraag de tester een label te bedenken voor elke groep. Het label mag uit maximaal 2 korte woorden bestaan. Schrijf deze labels op lege kaartjes en leg ze boven de desbetreffende groepen. Als de groepen erg groot zijn geworden kan je bovenstaande stappen herhalen voor elke gemaakte groep. Je laat de tester dan alle kaartjes binnen een groep verdelen in subgroepen en voorzien van een label.

Cardsorting gebruik je bij het ontwerpen van de structuur van de site en de naamgeving van de menu-items. Vervolgens ga je je eerste flowchart maken.



4. A/B test

Bij een A/B test zet je 2 varianten van een pagina op je site online. De ene helft van de bezoekers krijgt een bestaande pagina van de site te zien en de andere helft een aangepaste pagina. Vervolgens meet je welke van de pagina’s het beste presteert. Een multivariate test is een A/B test met meer varianten van de pagina.

De originele webpagina en de variant(en) ervan worden afwisselend getoond aan de bezoekers. Er wordt bijgehouden of bezoekers die variant A (of een andere variant) zagen, meer conversies opleverden dan bezoekers die de originele pagina zagen.

Dit soort testen helpt je om te bepalen op welke manier je een webpagina moet opmaken, om hier zo veel mogelijk rendement uit te halen.

Multivariate en A/B-testen worden vaak ingezet voor het verbeteren van landingspagina’s voor AdWords campagnes, zodat deze meer rendabel worden, maar je kunt er ook normale pagina’s of formulieren binnen een site mee testen om het aantal conversies te vergroten.



5. Voorbeeld A/B test

Miss Etam – aftelbanner tot volgende dag bezorging
Vraagstelling
Via een eerder door WhichTestWon gepubliceerde test (voor de personen met een pro-membership) weten we dat aftelbanners een positief effect kunnen hebben als het om een tijdgebonden aanbieding gaat. Miss Etam vroeg zich af of het ook werkt voor steeds terugkerende onderwerpen, zoals tot de tijd om te bestellen, zodat je nog de volgende dag je bestelling in huis krijgt. En als dit dan werkt, op welk moment van de dag kun je deze banner dan het beste starten?

Hypotheses
Het tonen van een aftelbanner, ‘Binnen [tijd] besteld, morgen bezorgd ‘ werkt alleen op een gedeelte van de dag. Hoe dichter je bij de tijd komt waar de banner naar aftelt, hoe groter het effect op het conversiepercentage (in positieve zin).

Variant A

Variant B

Resultaten
De aftelbanner had een zeer positief resultaat: een gemiddeld 8,6 procent hoger conversiepercentage op bestellingen (99 procent betrouwbaarheid). Tegen de verwachting in was het positieve effect de hele dag door aanwezig. Wat wel volgens verwachting uitpakte, was dat het effect steeds groter werd naarmate de tijd naderde waarnaar werd afgeteld.

Wat leren we van deze case voor andere tests?
Houd rekening met de mogelijkheid dat gebruikers aftel-banner-blind, of aftel-banner-moe worden. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als we een aftelbanner voor een tijdelijke actie willen inzetten? Moeten we gebruikers dan gek maken met twee van die ’tijdbommen’ op de pagina?

Kortom: altijd blijven testen!



6. Eye-tracking en observaties

Eyetracking is het registreren van oogbewegingen van testpersonen terwijl zij je website bezoeken. Kijken zij naar de belangrijkste punten op je site? Of worden ze misschien afgeleid door storende elementen? Kunnen ze belangrijke functionaliteiten, zoals een contactformulier of bestelpagina, gemakkelijk vinden? Eyetracking geeft je inzicht in de weg die de ogen van de bezoekers afleggen vóór de muisklik.

Pamper verkoop website

Met behulp van eye-tracking is het mogelijk om het daadwerkelijke gedrag van een bezoeker op een website te meten. In de afbeelding zie je waar een persoon naar kijkt voordat er geklikt wordt. Met eye-trackingapparatuur wordt het kijkgedrag van een testpersoon vertaald naar een heatmap. Er worden vragen gesteld en vaak worden er zoekopdrachten voorgelegd. Hierdoor wordt in kaart gebracht waar de respondent zich op focust en hoe lang de respondent erover doet om iets te vinden of op te lossen. Bij eye-tracking zit de testpersoon meestal in een testomgeving.

Het ontwikkelteam zit vaak in een aparte ruimte

Meestal wordt de test gedaan met meerdere personen. In een heatmap wordt het kijkgedrag van alle testpersonen verzameld. In de heatmap worden knelpunten in een website snel zichtbaar.



7. Stappenplan voor de testen

Het is goed om bij de start van een (groot) project een testplan te maken. Het plan bevat een overzicht van in welke fase je welke test gaat doen. Per test beschrijf je in het testplan:

  • het doel van de test
  • de doelgroep(en)
  • het aantal testpersonen
  • de testmethode en plaats
  • de onderzoeksvragen (testscript)
  • het (deel)product dat getest wordt

Het doel van de test
Wat wil je leren van de gebruikers van de test? Wil je over een nieuw product weten of mensen het product begrijpen, snappen waarvoor het bestemd is en hoe ze het dienen te gebruiken? Of wil je weten hoe rapportage van problemen wordt ervaren door de gebruiker? Misschien wil je na een herontwerp van een website juist weten of de sitebezoeker nu optimaal zijn taken kan uitvoeren. Kortom: bepaal het doel van de test voordat je een test opzet.

De doelgroep
Om de usabilitytest vorm te geven heb je een beeld nodig van specifieke gebruikers uit de doelgroep en hun taken. Het maken van persona’s, userjourney’s en userstory’s helpt hierbij.

Hoeveel testpersonen
Er is veel geschreven over het aantal testpersonen voor usability testing. Sommige deskundigen zeggen dat zes proefpersonen voor de meeste websites voldoende zijn, anderen zeggen dat je nooit precies van tevoren weet hoeveel gebruikers je nodig hebt om de belangrijkste problemen aan het licht te brengen. Steve Krug (van het boek Don’t make me think) zegt dat 3 testpersonen genoeg zijn. Jacob Nielsen gaat ervan uit dat je met 5 testpersonen 75% van de problemen achterhaalt. Daarna zul je volgens hem niet zo veel nieuwe problemen meer tegenkomen.

De testmethode en de plaats
Allerlei soorten testomgevingen zijn mogelijk: in een lab, op afstand (remote test), in de omgeving van de gebruiker zelf, in een vergaderzaal, enzovoort. Dit is onder meer afhankelijk van de doelgroep, de tijd en het geld dat voor de test beschikbaar is.
`
Testen in een lab
Een voordeel van testen in een lab is dat je als tester de omgeving zelf kunt creëren. Afleiding in de vorm van geluid of voorwerpen kunnen worden geminimaliseerd en je kunt testbenodigdheden en -faciliteiten inbouwen waar je wilt (zoals een observatieruimte achter een doorkijkspiegel, camera’s die bewegingen/gedrag registreren en microfoons).
Een ander voordeel is dat je de ruimte altijd tot je beschikking hebt. Dit in tegenstelling tot de persoonlijke omgeving van de gebruiker zelf. Het nadeel van deze methode is dat het vaak erg kostbaar is om een lab in te richten. Vaak worden deze testen uitbesteed aan bedrijven die hierin gespecialiseerd zijn.

Testen op afstand. Remote testing is het afnemen van een test op afstand.
De testpersoon en testleider zijn niet op dezelfde plek aanwezig. Deze manier van testen werkt vaak sneller (je hoeft niet op dezelfde plek te zijn als je gebruiker) en is vanwege de lagere kosten makkelijker te realiseren. Daarnaast ben je flexibeler in het tijdstip waarop je de tests afneemt. Een ander groot voordeel is dat de testpersoon in zijn of haar eigen omgeving blijft en werkt met eigen materiaal. Een nadeel van remote testing is dat je geen invloed hebt op de omgeving van de testpersoon.

Het testscript
Voor elke test maak je een testscript. In een testscript beschrijf je woord voor woord voor de tester hoe hij de testpersoon moet begeleiden en formuleer je de opdrachten of taakgerichte vragen. Daarnaast is het handig om in het script notities te maken van bijvoorbeeld de mogelijke navigatiepaden die de testpersoon kan nemen om zijn doel te bereiken. Het script test je altijd!!!

Bij de testen kun je de testpersonen verschillende soorten taken geven:

  1. Directe taak
    Een directe taak is instructie zoals “Vind een kalkoenrecept op www.ah.nl” of “Zoek meer informatie over de opleiding DTP op ma-web.nl”. Je meet de werking van het product, niet de beleving van de gebruiker met het product.
  2. Scenario taken
    Scenario taken zijn de instructies die gebruikmaken van userstory’s of voorbeelden uit de praktijk. Bijvoorbeeld: “Je gaat naar een middelbareschoolreünie dit weekend. Zoek een leuke outfit op de website van de H&M”. Scenario taken worden vaker gebruikt dan directe taken omdat de gebruiker dan vaak vergeet dat hij of zij meedoet aan een test.
  3. Gesloten taken
    Een gesloten taak is een opdracht die je wel of niet met succes vervult. Bijvoorbeeld: “Je geeft dit weekend een feestje voor 15 personen. Zoek hier een leuke locatie voor”.
  4. Open-ended
    Een open-ended taak is een taak die de gebruiker op verschillende manieren kan voltooien. Deze taken meten hoe de gebruiker zich ‘spontaan’ gedraagt, of meten hoe een gebruiker het liefst communiceert met het product. Bijvoorbeeld: “Je hoorde op school praten over het Mediacollege. Je bent geïnteresseerd in het volgen van een mediaopleiding.”

8. Studievragen.

Opdracht:

F2M4-VRMG Opdracht: 20 Studievragen A/B test

Oefening:

Oefening : Lees en bestudeer alle bovenstaande tekst (1 t/m 7)
Beantwoord de 5 vragen en zet je antwoorden in een document. Inleveren via Teams.

Vraag 1: Leg in je eigen bewoording uit wat we bedoelen met  inzicht-meten. 
Vraag 2: Leg in je eigen bewoording uit wat we bedoelen met zeggen-doen.
Vraag 3: Waarvoor gebruik je cardsorting?
Vraag 4: Waarom zijn A/B testen belangrijk?
Vraag 5: Leg uit wat een “heatmap” te maken heeft met eye-tracking apparatuur. 
Vraag 6: Wat wordt bedoeld met een testscript? 
Vraag 7: Leg uit wat we bedoelen met Scenario taken
.



9. Opdracht: een eenvoudige A/B test

Opdracht:

F2M4-VRMG Opdracht 21 maak een eenvoudige A/B test.

Oefening: We maken een eenvoudige A/B test

De opdracht: We maken een eenvoudige A/B test

Zoals je weet betekent User experience design dat je bij het ontwerpen van een interactief product de beleving van de gebruiker centraal stelt. Dit kun je alleen maar doen, wanneer je de gebruiker betrekt bij het ontwerp en onderzoekt hoe de gebruiker het product ervaart.

Er zijn verschillende manieren om succesvol te zijn met je website of pagina-onderdeel en zo meer geld te verdienen. A/B-testen is een manier om je daarbij te helpen, onder het motto “meten is weten”. Wat werkt en wat werkt niet? Dat ga je uittesten totdat je succesvol bent.

1. Lees en bestudeer zorgvuldig deze theorie van leerweg 10.

2. Je maakt een A/B test van jouw micro-interactie.
Maak 2 varianten van je micro-interactie Illustrator

3 Bedenk eerst wat je wilt gaan testen en beschrijf dat in één alinea tekst.
Bijvoorbeeld:
• De kleur van iets.
• De vorm van iets.
• De tekst van iets.
• De locaties van het onderdeel.
• …of iets wat jij belangrijk vindt

4. Maak de 2 varianten die je in Illustrator hebt gemaakt nu in het progamma Adobe XD, je kunt het Illustrator bestand importeren in Adobe XD.
Bijvoorbeeld: Het kan om 2 verschillende kleuren gaan, om te kijken op welke kleur mensen het snelst of het vaakst klikken of maak een vorm verandering

5. Doe de test met 3 verschillende mensen uit je doelgroep. Gebruik de kennis van het onderdeel uit het 7 Stappenplan voor de testen ( zie boven kopje 7).
• Observeer hun gedag tijdens de test.( kijk naar gezichtsuitdrukking)
• Interview en bevraag het wat en waarom van hun keuze. (Bedenk minimaal 4 vragen)
• Welke variant vonden ze het beste, plezierigste etc. (Vraag verdiepende vragen)

6. Maak een document. Beschrijf in minimaal 4 alinea’s de testresultaten met de observaties + de onderzoekvraag. Voeg de 2 varianten van de micro-interactie van de test als plaatje erbij.

RESULTAAT
Een duidelijk, goed gedocumenteerd en beschreven document met de beandwoorde vragen van de test met beeldmateriaal van de A/ B test.

! Let op ! Beoordelingscriteria

DEADLINE
Week 1
–  De Studievragen beantwoord.
 – Maak 2 varianten van je micro-interactie illustrator en importeer die Adobe XD. 

 Week 2
–  Doe de test met minimaal 3 testpersonen. Gebruik de kennis van het onderdeel uit het 7 Stappenplan voor de testen ( zie boven kopje 7).

– Beschrijf in minimaal 4 alinea’s de testresultaten
Observeer gedag testpersonen tijdens test.
• Interview en bevraag het wat en waarom van hun keuze.
• Welke variant vonden ze het beste, plezierigste etc

– Lever het Stappenplan voor de testen en de testresultaten samen in één document in.

  • Goed gedocumenteerde en goed beschreven test.
  • Minimaal 4 alinea’s tekst + de 2 testpagina’ met de onderzoeksvraag
  • Gebruik het 7 Stappenplan voor de testen
  • .