User Experience Design (UXD) persona

Inhoud 
1. Inleiding User Experience Design
2. Wat is een gebruiker
3. Wat zijn doelgroepen
4. Wat is een doelgroeponderzoek
5. Wat is een persona
6. UXD optimalisatie stappen
7. Onderzoeks opdrachten de studievragen en maak een persona


Richard Slakhorst





1. Inleiding User Experience Design

User Experience Design (ook wel afgekort tot UX of UXD) 
Het uxd-vak houdt zich bezig met het ontwerpen van een prettige/bevredigende gebruikerservaring het gaat om zoals de term al doet vermoeden om de gehele ‘ervaring’ van het gebruik van een product, website of app. Het houdt zich daarbij sterk bezig met het gevoel of de emotie die het oproept bij een gebruiker..

User = De gebruiker.

Experience = Ervaring van de eindgebruiker.

Design = Vormgeving & Het concept

In het vak User Experience design leer je hoe je rekening moet houden met de gebruiker wanneer je een ontwerp maakt voor een website of applicatie. Natuurlijk geeft ook een tijdschrift of poster een “beleving”. Maar het vak uxd gaat vooral om de beleving van de gebruiker met een interactief apparaat. Interactieve apparaten reageren op handelingen van mensen: je klikt of swipet en er gebeurt wat.
De experience is het gevoel dat een bezoeker meekrijgt bij het bezoeken van bijvoorbeeld een website of app. Een goed ontworpen gebruikerservaring geeft de bezoeker een positief gevoel en vaak een wow gevoel.

2 Boeken die belangrijk zijn binnen het van UXD
1 The Elements of User Experience
2 Don’t Make Me Think, Revisited

Dit vak gaat het over:

  1. Welk doel heeft de gebruiker?
  2. Hoe vindt de bezoeker zijn weg en hoe wordt de inhoud gepresenteerd? 
  3. Hoe ervaart de gebruiker de website of app? (Experience = Ervaring van de gebruiker)
  4. Interaction design
  5. User interface design
  6. Usability





2 Wat is een gebruiker (user)

Als mediavormgever werk je meestal voor een klant. Van haar of hem krijg je de opdracht.
De klant heeft een doel met de opdracht. Bijvoorbeeld: maak een webshop zodat ik mijn schoenen online kan verkopen.

De opdrachtgever heeft zelf ook weer klanten. Zij gaan het mediaproduct bekijken of gebruiken. Zij hebben ook een doel. Bijvoorbeeld: online schoenen kopen. Hoe beter de klant op de webshop schoenen kan kopen, hoe tevredener de opdrachtgever is. De klant die de website bezoekt, noem je een gebruiker of user.

Wie is nu die gebruiker???
De gebruiker ben jij, je buurvrouw, je medestudenten, eigenlijk bijna iedereen.






3 Wat zijn doelgroepen? (subculturen)

Je kunt niet voor elke gebruiker een apart mediaproduct maken. Je richt je daarom op een groep gebruikers met ongeveer dezelfde kenmerken zoals: 

  • leeftijd
  • geslacht
  • uitgavenpatroon
  • opleidingsniveau
  • rijkdom of inkomen
  • levensovertuiging
  • maatschappelijke positie
  • een bepaalde nationaliteit
  • voorkeuren / afkeuren
  • interesses / hobby’s
  • soort internetverbinding
  • type computer
  • et cetera

Wat is een UXD doelgroep.
Een doelgroep is de groep mensen voor wie de site of app is bedoeld, de toekomstige gebruikers van de website of app. Het is belangrijk dat je de doelgroep door en door kent zodat de site of de app hier goed op kan worden afgestemd. Een website of app hoeft niet maar één doelgroep te hebben. Vaak kunnen meerdere doelgroepen worden geformuleerd. Probeer hierin zo specifiek mogelijk te zijn.Twee eenvoudige vragen die de basis vormen voor de uxd doelgroep.

• Wie is de gebruiker?
• Wat komt hij doen?

Vaak wil je graag dat zoveel mogelijk mensen aangesproken worden. Toch moet je op een gegeven moment durven te kiezen voor een bepaalde doelgroep. Die keuze leidt ertoe dat gebruikers zich meer aangesproken zullen voelen en daardoor eerder tot de aanschaf overgaan.






4 Wat is een doelgroeponderzoek?


UXD onderzoek
Om zeker te weten dat jouw product aansluit, moet je de gebruiker leren kennen. Dit kun je doen door op internet informatie op te zoeken over de doelgroep, maar je kunt ook gebruikers gaan interviewen en observeren. Bij de observatie ga je naast de gebruiker zitten om te kijken hoe hij/zij omgaat met het mediaproduct. Je kunt hierdoor veel over de gebruikers te weten komen: bijvoorbeeld

  • Wie ze zijn waar ze van houden.
  • Hoe goed kunnen ze omgaan met de computer?
  • Welke devices en software gebruiken ze?
  • Hoe zoeken ze op internet?
  • Wat vinden ze belangrijk bij het kopen van producten online?

Je vraagt de gebruiker hardop te denken en te vertellen waar hij naar kijkt en hoe hij een keuze maakt. Je stelt ook vragen wanneer je ziet dat de gebruiker een keuze heeft gemaakt, maar er niets over heeft gezegd. Bij het ontwikkelen van grote websites gebruikt men bij de observatie vaak allerlei apparatuur zoals eye-tracking en video. 

Om uit de observatie conclusies te kunnen trekken, moet je meerdere gebruikers observeren. Hierdoor kost het veel tijd. In bedrijven maken ze daarom ook wel gebruik van focusgroepen.Een focusgroep is een groep van 3-12 deelnemers die met elkaar praten over onderwerpen. Het doel is feedback te krijgen van de doelgroep. Een focusgroep kun je ook laten discussiëren over vergelijkbare producten.

Van een focusgroep krijg je inzicht in:

  1. De manier van denken van de doelgroep
  2. De wensen en behoeften van de doelgroep
  3. De waardering en mening van de doelgroep over een onderwerp
  4. De stappen die gebruikers doorlopen in een proces (bijvoorbeeld het selecteren van een product) en de factoren die hierbij een beïnvloedende rol spelen (= user journey)

Omdat de leden van de focusgroep met elkaar in discussie gaan, wordt het onderwerp vaak meer uitgediept dan bij een één-op-één-interview. Je kunt ook leren hoe sterk een bepaalde mening leeft bij de doelgroep.






5 Wat is een persona?


1. Een persona is een weergave van een gebruiker, maar dan meer visueel.
2. Een persona is een karakteristieke weergave van de meest representatieve gebruiker van je (sub)doelgroep ook wel ijkpersoon genoemd.
(Een ijkpersoon (persona) geeft een beeld van de hele doelgroep.)

Persona’s worden gebruikt voor het ontwerp en het optimaliseren van websites, apps en mediaproducten. Het gaat erom de behoefte en gebruikersprocessen van eindgebruiken in kaart te brengen.

Waarom zijn persona’s belangrijk?

  1. Focus op doelgroepen, voor wie zijn we eigenlijk aan het ontwerpen?
  2. Focus tijdens het ontwerpen van het mediaproduct.
  3. Je moet kritische taken analyseren waarmee je de klant succesvol laat zijn tijdens het gebruik van het mediaproduct, de app of website.
  4. Focus op een oplossing voor de vraag die de doelgroep/gebruiker heeft.

Typen persona’s

  1. Designpersona’s (UXD) *
  2. Marketingpersona’s (Bayer-persona’s)
  3. Prototypenpersona’s

Designpersona’s (UXD)
Het eerste type persona is de designpersona. Designpersona’s worden ingezet voor taakgerichte uxd en usability-onderzoek van een mediaproduct. Het gaat hierbij om de voorkeur voor taken die een gebruiker heeft (binnen een mediaproduct).

Marketingpersona’s (Bayer-persona’s)
Deze lijken op designpersona’s, maar er zitten er geen kritische taken van de gebruiker in. Ze zijn meestal gebaseerd op demografische en gesegmenteerde gegevens.

Prototypenpersona’s
Deze lijken op de twee voorgaande persona’s, maar met dit verschil dat ze mét veldonderzoek en daadwerkelijke observaties van gebruikers zijn ontwikkeld tijdens het gebruik van een prototype

Twee categorieën persona’s

Los van de drie bovenstaande categorieën kunnen we persona’s ook nog als volgt indelen:

  • Consumerpersona’s (B to C): consumenten-mediagebruik
  • Businesspersona’s (B to B ): zakelijk mediagebruik





6 UXD optimalisatiestappen


Sommige ontwerpers kunnen werken op gevoel en hebben geen ‘plan’ nodig. Ze zijn in staat tot genius design, zoals mijn wel zegt. Genius design is een manier van ontwerpen waarbij de aanpak intuïtief is en alle inspiratie vanuit de ontwerper zelf komt. “Expressie van de kunstenaar”, zeg maar. Voor de gewone stervelingen onder de ontwerpers die de UXD regels meenemen in hun ontwerp geldt echter dat bewust nadenken over de aanpak, tel­kens weer, een manier is om tot bijzondere resultaten te komen.

Voor het vak UXD ga je er van uit: Je weet niet wat je niet weet: dus ga je onderzoeken en testen met klanten. Dus meten is weten.






7 Onderzoeksopdrachten

M1DIG-UXD-03 Opdracht 3 studievragen 

Oefening 1: Lees en bestudeer alle bovenstaande tekst.1 t/m 7 
Beantwoord de 6 vragen en zet je antwoorden in een document. Inleveren via Teams.

Vraag 1 Geef een korte beschrijving van wat is een UXD doelgroep.
Vraag 2 Noem 4 onderdelen wat je te weten kunt komen als je aan en    
              doelgroep onderzoek doet.
Vraag 3 Waarom maak je een persona.
Vraag 4 Waar gaat het vak UXD over?
Vraag 5 Wat zijn Bayer-persona’s.
Vraag 6 Wat wordt er bedoeld met Genius design.

M1DIG-UXD-04 Opdracht 4
Voorbereidende deelopdracht 4  

Verzamelen van beeldmateriaal voor het maken van de persona op basis van jouw subcultuur onderzoek

Jouw gekozen subcultuur/doelgroep: verzamel je beeldmateriaal voor jouw personage in extra mapje
Verzamelen beeldmateriaal van de door jouw gekozen hedendaagse subculturen/doelgroep voor het maken van de persona. Bij andere docenten en andere vakken (Beroepsopdracht) heb je ook al gegevens gevonden vanuit het onderzoek over jouw zelfgekozen subculturen/doelgroep Hiervoor moet je zoveel mogelijk beeldmateriaal verzamelen dat je kan gebruiken voor het maken van de persona.
Gebruik voor je persona minimaal het onderstaande lijstje.

  1. Portret (foto van de ijkpersoon).
  2. Leeftijd.
  3. Geslacht.
  4. Wat voor soort opleiding heeft de voorkeur?
  5. Wat is het niveau van die opleiding?
  6. Verdienen ze al geld? Hoeveel?
  7. Hoe leven ze?
  8. Waar wonen ze. Stad of dorp?
  9. Wat is belangrijk voor deze subcultuur?
  10. Wat voor vormgeving vinden ze leuk? (kleur /typografie/ vormgeving /sfeer)
  11. Welke kunstuitingen horen bij deze subcultuur?
  12. Waar geloven ze in (levensovertuiging)?
  13. Wat voor kleding dragen ze?
  14. Wat is hun muzieksmaak?
  15. Welke social media gebruiken ze?
  16. Wat doen ze graag en wat juist niet?
  17. Wat zijn hun interesses/hobby’s?
  18. Logo van een product die de ijkpersoon veel gebruikt..
  19. Voorwerp dat de persoon gebruikt voor zijn uiterlijk.
  20. Een muziekcover.

M1 DIG UXD-05 De opdracht 5 maak een persona  

Oefening 3: Maak een persona van een subcultuur

A. Je gaat nu het eindproduct maken en dat is een persona in beeldweergave: een poster.
Hierin komen alle gegevens terug die je in andere lessen hebt onderzocht en het beeldmateriaal dat je hebt gevonden.

B. Je hebt bij andere docenten en vakken een eigen subcultuur of doelgroep gekozen Als je die keuze in die les hebt gemaakt, dan kan je ook met deze opdracht direct aan de slag.

C. Magazines scheuren. Beelden scannen. Beelden vinden op Google. Zelf foto’s maken, knip of plakwerk of digitaal gemaakt met Photoshop of in Illustrator, als het maar een poster- achtig A3-formaat wordt.

D. Alle kenmerken van jouw gekozen hedendaagse subculturen/doelgroep

  1. Portret (foto van de ijkpersoon).
  2. Leeftijd.
  3. Geslacht.
  4. Wat voor soort opleiding heeft de voorkeur?
  5. Wat is het niveau van die opleiding?
  6. Verdienen ze al geld? Hoeveel?
  7. Hoe leven ze?
  8. Waar wonen ze. Stad of dorp?
  9. Wat is belangrijk voor deze subcultuur?
  10. Wat voor vormgeving vinden ze leuk? (kleur /typografie/ vormgeving /sfeer)
  11. Welke kunstuitingen horen bij deze subcultuur?
  12. Waar geloven ze in (levensovertuiging)?
  13. Wat voor kleding dragen ze?
  14. Wat is hun muzieksmaak?
  15. Welke social media gebruiken ze?
  16. Wat doen ze graag en wat juist niet?
  17. Wat zijn hun interesses/hobby’s?
  18. Logo van een product die de ijkpersoon veel gebruikt..
  19. Voorwerp dat de persoon gebruikt voor zijn uiterlijk.
  20. Een muziekcover.

! Let op ! Beoordelingscriteria

  1. Het is een individuele opdracht.
  2. De persona maak je op A3-formaat.
  3. De persona is een visuele weergave van het onderzoek.
  4. De vormgeving van de persona past bij het gebruikersprofiel.
  5. De persona is een visualisatie van het onderzoek.
  6. De persona geeft een goed beeld van de subcultuur (doelgroep)
  7. Persona is gevisualiseerd met knip- en plakwerk (poster-achtig) of digitaal gemaakt
  8. Alle gevraagde onderdelen zijn verwerkt in de persona. 
  9. Het is geen verzamelplaatje maar er is een gestructureerd vormgegeven poster ontstaan.
  10. Alle segmentatiegegevens zijn verwerkt in de poster.